dinsdag 22 mei 2012

Zeekoolverhalen

"Toen ik hoorde dat jullie zeekool wilden gaan verbouwen dacht ik: Wat zielig!"
Mark van Rijsselberghe, Texelse zeekoolteler van het eerste uur, windt er geen doekjes om. Hij probeert het de zeekool al jarenlang naar de zin te maken, met frustrerend weinig succes. Met 12 jaar zeekoolervaring heeft hij het idee dat hij het nu wel een beetje in de vingers krijgt. En hij was om te beginnen al een zeer ervaren biologisch-dynamisch tuinder.
Door een combinatie van ongebreideld optimisme (Morgan) en onbekommerde naïviteit (ikzelf) laten wij ons echter niet zomaar uit het zeekoolveld slaan.


We waren op Texel verzeild geraakt vanwege een tip van Taco Blom, onze permacultuurdocent. "Zeekool zal het wel goed doen op jullie stukje zand bij de duinen," voorspelde hij. "Als je nog dit jaar wil oogsten moet je wel zorgen dat je plantjes hebt, want met zaaien lukt het niet meer."
Google bracht mij naar zeekool.nl, dat hoort bij een joint venture van ondernemer Mark van Rijsselberghe en onderzoeksgroep Systeemecologie aan de VU onder leiding van professor Jelte Rozema. Mark kon ons zeekoolstekken leveren! Zo kwam het dat wij gisteren naar Texel togen.
Al in Den Helder woei er een andere wind: frisser en opwekkender. Op Texel aangekomen genoten we letterlijk met volle teugen. Kon je die Texelse lucht maar meenemen in een potje zodat je, eenmaal thuisgekomen, af en toe een snuifje kan nemen als je je wat bedompt voelt...

Na een kort fietstochtje bereikten we de Texelse boet (schuur) aan de Hoornderweg waar zich het epicentrum bevindt van de innoverende teelt van zilte gewassen. De gedachte achter de onderneming van Mark en de systeemecologen van de VU is dat verzilting van kustgebieden wereldwijd door stijging van de zeespiegel alleen maar zal toenemen, en er valt weinig tegen te beginnen. In plaats van dit als een probleem te zien, zo was het idee, kunnen we beter uitvinden welke voor de mens eetbare gewassen goed gedijen in zo'n omgeving. Dat zijn de zogenaamde zoutminnende gewassen, waaronder zeekool, zeepostelein, zeevenkel en strandbiet.
'Zoutminnend' is echter geen goede benaming, begreep ik van Mark. "Geen enkel plantje houdt van zout. Maar sommige plantjes kunnen er beter tegen dan andere. In een omgeving waar elk ander plantje het opgeeft, blijft zo'n plant als zeekool overeind."
Je kunt zeekool volgens hem overal telen, ook op zouteloze plekken, en op elke plaats is de smaak van de gebleekte zeekoolstengels even zout (of even weinig zout). Maar op een minder spartaanse plek moet je goed opletten dat de zeekool niet wordt overwoekerd door alle andere planten. Want die doen het overal elders vaak beter dan de zeekool.

Zet de stengels in het donker om ze te bleken. Ongebleekte stengels zijn niet lekker. De plant vindt dat niet fijn dus het kan lastig zijn een rendabele opbrengst te krijgen zonder dat je planten eraan onderdoorgaan.

Gebleekte zeekoolstengels.

De kist waaronder de zeekoolstengels gebleekt worden.

Het plastic moet voorkomen dat de zeekool overwoekerd wordt.

Op het voorste stukje land test men uit of zeekool het ook zonder het beschermende plastic kan. Het onkruid stond al in de startblokken om de zeekool te overwoekeren.
Op de achtergrond de schuur waar Mark een tentoonstelling en winkeltje heeft ingericht.

De bloemen van zeekool zijn ook eetbaar, de smaak is vergelijkbaar met broccoli. Ik vind een groot voordeel dat je daar de plant niet voor hoeft te plagen, plus je hebt er minder werk aan...
(foto afkomstig van www.waterwereld.nu).

We kregen een rondleiding door de zilte proeftuin, waar we proefden van onder andere lepelblad (erg bitter), zeekraal (jammie!), zeeaster, ook lamsoor genoemd (ook erg lekker) en zeevenkel (onvergelijkbare smaak -- ik waande mij plotseling in een autowerkplaats!)

Zilte proeftuin. De slangen door de bedden zijn bedoeld om zoutig water door de bedden te sprenkelen.

Lepelblad. Bitter, maar volgens Mark de reddende vitamine-C-bron voor de overwinteraars op Nova Zembla. Lepelblad kan zeer strenge vorst verdragen. Wel lastig oogsten. "Als je elk blaadje met een pincet moet oogsten dan wordt je product onverkoopbaar." Het Engels Lepelblad dat je op de foto ziet is al een iets grotere variant. Het doel is natuurlijk variëteiten te ontwikkelen die beter oogstbaar zijn.

Zeeaster, ook wel lamsoor genaamd. Erg lekker. In tegenstelling tot bijna alle andere planten, hebben zeekraal en lamsoor wel echt zout nodig om de door ons zo gewaardeerde zilte smaak te produceren.

Zeevenkel. Groeit heel erg langzaam. De planten op de foto waren volgens Mark al drie jaar oud.

Restaurantskoks volgen Marks activiteiten met belangstelling. Hoe meer sterren een restaurant heeft, hoe vaker de koks bij hem langs komen om te zien of hij nog iets heeft waar ze hun veeleisende klanten mee kunnen verrassen. Over de zeekool zeggen koks bijvoorbeeld: "De smaak is wat aards, misschien een beetje radijsachtig, maar minder uitgesproken. Iets zilt. En nootachtig ook, met een klein bittertje." Of: "Rauw in salade zorgt het voor mooie tonen."
Zo valt er toch nog wat te verdienen met risicovol tuinieren.

Een andere manier om het risico te spreiden is het ontwikkelen van diverse producten waarin zijn bijzondere groenten verwerkt zijn. Mark verblijdde ons met een potje "BIO-waddenmayonaise met zeevenkel en zeekraal" en met een aantal producten van een lichaamsverzorgingslijn, zoals bijvoorbeeld een verzorgende bodylotion "met zeekool, zeewier en zeekruiden."
Het winkeltje van Mark met mayonaise, mosterd en diverse lichaamsverzorgingsproducten. Mark hoopt naar eigen zeggen met de lichaamsverzorgingsproducten de mensen dichter op de huid te komen en daarmee de gewassen meer geaccepteerd te krijgen.

Gelukkig zijn niet al zijn gewassen even moeilijk. Het telen van strandbiet is volgens Mark goed te doen.
Strandbiet (Beta Vulgaris Maritima).
Je eet hem als snijbiet: je snijdt de bladeren en verwerkt ze in de sla, kookt ze als spinazie, roerbakken met andere groenten, en zo voort.
Behalve de zeekoolstekken schonk Mark ons ook nog een krat vol snijbieten.
Dankjewel Mark, voor je uitleg, de mooie verhalen en je kadootjes.

Met tassen vol snijbiet en zeekool en de extra geschenken van Mark reden we terug naar de boot. Ik voelde me een beetje giechelig alsof ik terugkwam van een huishoudbeurs.

De trein op de terugweg naar Amsterdam leidde langs Castricum. Wij stapten uit om strandbieten en zeekool meteen een nieuw onderkomen te geven. Tevens stonden nog vele zaailingen en jonge plantjes te wachten om uitgeplant te worden, zoals diverse soorten sla, pastinaak, pompoen, courgette, rucola, korenbloemen en goudsbloemen.
In de trein hadden we een globaal plan gemaakt voor de rest van ons terreintje zodat we er snel aan de slag konden.

De dag was al vol aangename verrassingen geweest, maar er volgde er nog een. Rond zeven uur kwam een vrouw aanfietsen die ons toeriep: "Zie ik daar niet een tuin naar het model van Sepp Holzer?" Verbaasd keek ik op. Al snel voegde zich nog een vrouw bij haar. Ze bleken Corrie en Marleen te heten. Zij permacultuurden op een stuk grond bij volkstuincomplex "De Bloemen" en waren betrokken bij Transition Town Castricum. Ik had Transition Town Castricum de dag ervoor ontdekt op Linked-In en op Facebook en een berichtje achter gelaten. Nieuwsgierig geworden wilden Corrie en Marleen wel eens zien waar dat stukje grond van ons zich bevond, en toevallig waren wij daar op dat moment ook aanwezig.

Marleen en Corrie ontvangen strandbieten en zeekoolstekken.

Na de eerste kennismaking kwam het gesprek op de bollenvelden naast ons terreintje. Die avond nog had ik kunnen zien en ruiken dat er ernstig met gif werd gespoten. Zou dat niet ook onze gewassen beïnvloeden, was de vraag? Ik weet het niet. Hoe komen we daar achter? Daar gaan we advies over inwinnen.

Morgan en ik lieten Corrie en Marleen delen in onze overvloed aan strandbiet en zeekool, direct een belangrijk ethisch permacultuur-principe in praktijk brengend.
Met goede voornemens om elkaar te volgen en waar mogelijk te ondersteunen namen we hartelijk afscheid.

Daarna weer verder.
Op grond van Morgans ervaring met pompoen en courgette (woekert enorm en wordt heel groot) besloten we die niet op of naast ons verhoogde bed te planten maar in een nog plat stuk in de hoek van het terrein. Het is voedselarme zandgrond. Omdat pompoenen en courgettes veel voeding willen hebben, twijfel ik wel of ze het goed gaan doen, maar we zullen het wel zien....

Nadat korenbloemen en goudsbloemen de grond in waren gegaan, zette ik zeekoolstekken en strandbieten op zowel het verhoogde bed als op een plat stukje grond om uit te vinden waar ze het het beste doen.
Zeekoolstekken tussen het stro, klaar om de grond in te gaan.

Daarna was mijn energie voor die dag zo'n beetje op, terwijl Morgan nog schijnbaar onvermoeibaar door ging. Om 8 uur fietste ik moe en hongerig terug naar het station, en liet Morgan achter in Castricum.

Onvermoeibaar plant Morgan voort.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten